Betekenis van het woordje “per” (Arbeidsrecht)

onverwijld ontslag

Als u ontslagen bent per 1 januari, wanneer is dan eigenlijk uw laatste werkdag? 31 december of 1 januari?

Belangrijke vraag

Termijnen zijn belangrijk. Als u te laat bent met het indienen van een verzoekschrift, zal de rechtbank dat verzoek niet in behandeling nemen. Daarom is het belangrijk om te weten wanneer die termijn begint te lopen.

Bel vandaag nog 06-27129900

Verzoek te laat?

In deze zaak vroeg een medewerkster van ABN AMRO, die per 1 maart 2018 was ontslagen, om een transitievergoeding van € 53.000. Zo’n verzoek moet worden ingediend binnen drie maanden na het ontslag. Het was gedateerd 30 mei. Volgens de kantonrechter was dat te laat, want de arbeidsovereenkomst was geëindigd op 28 februari en het verzoek had dus uiterlijk 28 mei moeten zijn ontvangen. Daarom verklaarde de rechter de ex-werkneemster niet-ontvankelijk. Daartegen ging zij in hoger beroep.

Vervaltermijn drie maanden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt als volgt. Volgens verzoekster was de laatste werkdag 1 maart, volgens ABN Amro was dat 28 februari. De vraag wanneer de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd, is van belang voor de bepaling van de dag vanaf welke de vervaltermijn is gaan lopen voor de indiening van het verzoek tot het toekennen van een vergoeding. De wet zegt dat de bevoegdheid om bij de rechter een verzoekschrift in te dienen vervalt drie maanden na de dag waarop de overeenkomst is geëindigd. Vast staat dat het verzoek is ingediend op 30 mei 2018. De vraag is of dat binnen of buiten de vervaltermijn was.

Lees ook: Onderscheid op grond van leeftijd?

Opzegging niet eenduidig

Uit de opzegging zelf blijkt niet eenduidig op welke dag de arbeidsovereenkomst zou eindigen. Niet gebleken is dat ABN AMRO daarover nog nadere uitlatingen heeft gedaan aan verzoekster.  Het is op zich logisch dat een opzegging per 1 maart 2018 beoogde de arbeidsverhouding te doen eindigen op 28 februari 2018, zoals ABN AMRO stelt. Uit de stellingen van verzoekster leidt het hof af dat zij de opzegging per 1 maart 2018 zo heeft opgevat dat de laatste arbeidsdag weliswaar 28 februari 2018 zou zijn, maar dat de beëindiging van de arbeidsverhouding pas zou plaatsvinden op de aangezegde datum, 1 maart 2018.

Normaal spraakgebruik


Steun voor de opvatting dat een opzegging per 1 maart mocht worden begrepen als een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op 1 maart (en dus niet al op 28 of –in een schrikkeljaar- 29 februari) wordt gevonden in de betekenis van het woord “per” in het normaal spraakgebruik als “vanaf” of “met ingang van”. Zo houdt een indiensttreding per 1 maart naar normaal spraakgebruik in een indiensttreding met ingang van 1 maart. Het dienstverband begint dan op 1 maart. Een opzegging per 1 maart, houdt naar normaal spraakgebruik dan in een opzegging met ingang van 1 maart, zodat het dienstverband eindigt op 1 maart. Steun voor die opvatting kan daarnaast worden gevonden in de jurisprudentie van de Hoge Raad. 

Lees ook: Vervaltermijn niet van toepassing

Toch ontvankelijk

Gelet hierop is het hof van oordeel dat verzoekster redelijkerwijs mocht begrijpen dat door het ontslag per 1 maart 2018 de arbeidsovereenkomst eindigde op 1 maart 2018. Als ABN AMRO met een ontslag per 1 maart 2018 daadwerkelijk wilde bewerkstelligen dat het dienstverband eindigde op 28 februari 2018, dan had het op haar weg gelegen om daarover duidelijkheid te verschaffen. Door dit na te laten heeft ABN AMRO een onduidelijke situatie gecreëerd waarvan de gevolgen voor haar rekening dienen te komen. Hieruit volgt dat de ex-werkneemster ten onrechte niet ontvankelijk is verklaard in haar verzoek. Het vonnis van de kantonrechter dient vernietigd te worden.

Vervolgens gaat het nog over de hoogte van de vergoeding. Dat is nu even niet interessant. De uitspraak is boeiend omdat het laat zien hoe verwarrend een alledaags woordje kan zijn. Dat kan soms grote, financiële gevolgen hebben.

Bron: ECLI:NL:GHARL:2019:4308