Categorieën
Arbeidsrecht

Concurrentiebeding en proeftijd (Arbeidsrecht)


Een concurrentiebeding blijft geldig, ook al zegt werknemer de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op om aansluitend bij de concurrent in dienst te treden. Aldus de rechtbank Noord-Holland.

Werknemer zegt op in proeftijd

De werknemer treedt in dienst bij de werkgever in de functie van commercieel verkoper. In de arbeidsovereenkomst is een proeftijd overeengekomen voor de duur van twee maanden. Ook staat in het contract een concurrentiebeding. De werknemer zegt het contract binnen de proeftijd op. De werkgever laat weten dat het concurrentiebeding en het geheimhoudings- en boetebeding van kracht blijven. Vervolgens is de werknemer in dienst getreden bij een concurrent, ongeveer 1 kilometer verwijderd van de werkgever.

Vragen? Bel 06-27129900

Is concurrentiebeding dan nog geldig?

De werknemer vordert dat de werking van het beding wordt geschorst. Volgens de werknemer heeft werkgever geen belang hem daaraan te houden, zijn belang weegt zwaarder. De werkgever vordert dat de werknemer wordt verboden te werken voor concurrenten. Niet valt in te zien waarom het concurrentiebeding niet geldig zou zijn bij opzegging binnen de proeftijd. De werknemer is bij een concurrent in dienst getreden en is op de hoogte van bedrijfsgevoelige informatie.

Lees ook: Rechtsgeldigheid van concurrentiebeding

Ook in proeftijd informatie verkregen

De rechter oordeelt als volgt. Het feit dat een overeenkomst met een geldig concurrentiebeding tijdens de proeftijd wordt beëindigd, doet niets af aan de geldigheid van het beding. Ook in die tijd kan een werknemer bij zijn werkgever bedrijfsgevoelige kennis opdoen. De werknemer heeft niet voldoende onderbouwd dat de overstap voor hem van een dusdanig groot belang was, dat hij om die reden niet aan het beding mag worden gehouden.

Beding geldig, maar beperkt in tijd

Aan de andere kant geldt als uitgangspunt dat het grondrecht van een werknemer op vrije arbeidskeuze slechts op goede gronden ingeperkt mag worden. In dit geval is sprake van een zeer kort dienstverband. De werkgever was bekend met het feit dat de werknemer tijdens de proeftijd de arbeidsovereenkomst op ieder moment kon beëindigen.

Op grond van de redelijkheid en billijkheid zal de werknemer gedurende een periode van drie maanden, gerekend vanaf het einde van de arbeidsovereenkomst, aan het concurrentiebeding worden gehouden. De verzochte schorsing is thans met onmiddellijke ingang toewijsbaar. De vordering van de werkgever wordt afgewezen.

Bron: ECLI:NL:RBNHO:2017:8083