Categorieën
Arbeidsrecht

Geen boete voor overtreden non-concurrentiebeding (Arbeidsrecht)

In veel arbeidsovereenkomsten staat dat een werknemer niet mag concurreren met zijn of haar werkgever. In dit geval wachtte de werkgever te lang met protesteren.

Brief van oud-werkgever

Een interieurbouwer neemt in september 2016 ontslag en begint voor zichzelf. In zijn arbeidsovereenkomst stond o.a. een non-concurrentiebeding. In juli 2109 schrijft zijn oud-werkgever hem aan. Het bedrijf is van mening dat de man het concurrentiebeding heeft overtreden. Hij wordt aansprakelijk gesteld voor de schade. Ook wordt hem verweten dat al tijdens zijn dienstverband met zijn eigen onderneming was begonnen.

Lees ook: Rechtsgeldigheid van concurrentiebeding

Forse boetes geëist

Bij de kantonrechter vordert de oud-werkgever betaling van € 18.000 voor de verboden nevenwerkzaamheden en € 78.000 voor schending van het non-concurrentiebeding. Dit zijn boetes die de interieurbouwer volgens de arbeidsovereenkomst verschuldigd zou zijn.

Rechter: inderdaad concurrentie…

De rechter oordeelt als volgt. Voor deze zaak is van belang dat partijen het erover eens zijn dat de man een onderneming is gestart in dezelfde branche als die waarin zijn oud-werkgever actief is. Dat betekent dat de interieurbouwer een concurrerende onderneming is gestart.

…maar is het niet te laat?

Gedaagde meent dat sprake is van rechtsverwerking. Voor de vraag of een schuldeiser zijn rechten heeft verwerkt geldt dat daarvan slechts sprake is als de schuldeiser zich heeft gedragen op een manier die onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van het betrokken recht. Voor het aannemen van rechtsverwerking is enkel tijdsverloop onvoldoende. Er moet wel sprake zijn van bijzondere omstandigheden die maken dat vertrouwen is gewekt bij de interieurbouwer dat zijn oud-werkgever hem niets verwijt.

Recht is verwerkt

De kantonrechter vindt dat het beroep op rechtsverwerking slaagt. Tijdens de zitting bevestigde de oud-werkgever dat gedaagde hem al gedurende het dienstverband vertelde dat hij een eigen onderneming wilde starten. Ook heeft de oud-werkgever zo’n anderhalf jaar na ontslagname het bedrijf van gedaagde nog bezocht en hebben zij samen nog een project gedaan. Door jarenlang niet kenbaar te maken dat gedaagde zich van dergelijke activiteiten diende te onthouden, is het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat de oud-werkgever geen beroep zou doen op de afspraken uit het contract.

Daarom worden de vorderingen afgewezen. De interieurbouwer hoeft niets te betalen.

Bron: ECLI:NL:RBROT:2020:2247

Vragen? Bel 06-27129900