Categorieën
Arbeidsrecht

Medewerker moet gevonden geld afstaan (Arbeidsrecht)

geld

Iemand vindt tijdens zijn werk enveloppen met daarin € 15.100. Mag hij dat geld houden of moet hij dat afstaan aan zijn werkgever? Over die vraag boog zich het gerechtshof Den Haag. Strikt genomen gaat deze kwestie niet over arbeidsrecht, maar over verbintenissenrecht. Maar te leuk om niet op te nemen in dit blog.

Bijzondere vondst tussen het afval

scheidingsstation

Een werknemer is bij een afvalbedrijf gedetacheerd in de functie van medewerker overslag. Hij werkt in een hal op het terrein van werkgever waar de containers uit de milieustraat worden geleegd en de goederen worden gesorteerd en gedemonteerd. Medewerkers die zich bezighouden met het demonteren van elektronische apparatuur hebben van werkgever HVC specifieke instructies gekregen: elektronische apparaten worden gesorteerd in hoofdstromen en kabels, batterijen, cartridges en toners moeten worden verwijderd, waartoe de apparaten veelal moeten worden geopend.

Lees ook de algemene informatie over arbeidsrecht >>

Op enig moment vindt de werknemer in een printer die naar de milieustraat was gebracht vier enveloppen met daarin totaal € 15.100. Hij doet aangifte bij de gemeente en meldt de vondst bij zijn werkgever, die hem opdracht geeft de enveloppen met geld te overhandigen. De werknemer weigert dat.

Vragen? Bel 06-27129900

Voor de eerlijke vinder… maar wie is dat?

HVC vordert in de rechtszaak restitutie van de vier enveloppen. De werkgever stelt eigenaar te zijn van de printer in kwestie en daarmee tevens van de zich daarin bevindende enveloppen met geld. De werknemer beroept zich op artikel 5:5 BW en stelt zich op het standpunt dat hij vinder is van een verloren en onbeheerde zaak.

De rechtbank oordeelt dat de eigenaar van het geld niet de bedoeling heeft gehad afstand van het geld te doen, zodat het geld als verloren zaak moet worden beschouwd. De werknemer is degene die het geld heeft gevonden en heeft gedaan wat op grond van artikel 5:5 lid 1 BW van een vinder van een onbeheerde zaak wordt verwacht. De rechtbank overweegt ook dat niet gezegd kan worden dat de werknemer het geld heeft gevonden namens HVC, omdat ‘vinden’ geen rechtshandeling is die namens een ander kan worden verricht.

Hof heeft andere mening dan rechtbank

Het hof overweegt dat uit de wetsgeschiedenis betreffende artikel 5:5 BW blijkt dat het aan de rechter wordt overgelaten de inhoud van het begrip ‘vinder’ zo nodig nader te bepalen. Het enkele feit dat HVC aan de werknemer werkzaamheden heeft opgedragen, waardoor deze het verborgen geld ontdekte, is niet voldoende om de werkgever als vinder van de enveloppen aan te merken. Aan de werknemer is immers geen opdracht gegeven om verloren zaken te zoeken.

Het hof acht echter wel van belang de aard van het bedrijf waarin en waarvoor de werkzaamheden werden verricht, alsmede de aard van de werkzaamheden zelf en de omgeving waarin die werden verricht. Aan de werknemer is opgedragen om, in een afgesloten ruimte die in beheer was bij HVC, apparaten van werkgever te demonteren. Onder deze omstandigheden was het onontkoombaar dat de medewerker bij de uitvoering van zijn werkzaamheden voor de werkgever de in de printer verborgen enveloppen aantrof. Dat berustte niet op toeval; elke willekeurige andere medewerker van HVC met dezelfde opdracht zou de enveloppen daar in de printer hebben aangetroffen. Daarom is HVC als vinder van de enveloppen aan te merken. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de werknemer tot afgifte van de enveloppen met geld aan zijn werkgever.

Tsja… zo’n oordeel waarvan ik denk: juridisch zal het allemaal wel kloppen, maar vreemd is het wel.

Meer informatie? Neem contact op met Van Dalen advocatuur.
Stuur een e-mail