Categorieën
Arbeidsrecht

Vervaltermijn niet van toepassing (Arbeidsrecht)

Vervaltermijnen spelen in het recht een belangrijke rol. Te laat is te laat. Een herkansing is dan vaak uitgesloten. De Hoge Raad gaf uitleg over een termijn die een belangrijke rol speelt in het arbeidsrecht.

Transitievergoeding of niet?

Een verkoper, geboren in 1962, is in 2005 in dienst getreden. In 2016 wordt zijn contract opgezegd om bedrijfseconomische redenen. Het UWV geeft toestemming daarvoor. Maar het UWV weigert een verklaring af te geven dat de werkgever onder een overbruggingsregeling valt. Op grond van die regeling zou de werkgever minder transitievergoeding hoeven te betalen.

Advies nodig? Bel 06-27129900

Werkgever vangt tweemaal bot

Bij de rechter vraagt de werknemer om betaling van de transitievergoeding. De werkgever voert in zijn verweer aan dat de overbruggingsregeling moet worden toegepast. De kantonrechter beschouwt dit verweer als een tegenverzoek en oordeelt dat de werkgever dit te laat heeft ingediend en daarom niet-ontvankelijk is. In hoger beroep bekrachtigt het hof dit oordeel. Een beroep op de regeling kan volgens het Hof niet als verweer worden gedaan, maar dat dient een zelfstandig verzoek te zijn. Dit verzoek moet worden ingediend binnen drie maanden na de ontslagdatum.

Hoge Raad kijkt naar geschiedenis

De Hoge Raad oordeelt als volgt. In het Burgerlijk Wetboek is de bevoegdheid om een verzoekschrift in te dienen met betrekking tot de wettelijke transitievergoeding, gebonden aan een vervaltermijn.  Die is drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

Uit de behandeling van het wetsvoorstel in het parlement, enige jaren geleden, blijkt het volgende. De vervaltermijn is bedoeld om de periode van onzekerheid over het verschuldigd zijn en de hoogte van de transitievergoeding voor partijen zo kort mogelijk te houden. De vraag is of die termijn ook in dit geval van toepassing is. Deze vraag moet ontkennend worden beantwoord. Dit geldt ongeacht of de werkgever zijn beroep op de overbruggingsregeling doet als een verweer tegen het verzoek van de werknemer of als een zelfstandig verzoek.

Doel van de wet ook belangrijk

Toepassing van de overbruggingsregeling is pas aan de orde als de werknemer aanspraak maakt op een transitievergoeding. Als de werkgever alleen binnen de vervaltermijn van drie maanden een beroep op de regeling zou kunnen doen, loopt hij het risico dat de werknemer kort voor het verstrijken van de vervaltermijn een procedure begint, waardoor een beroep op de overbruggingsregeling binnen de vervaltermijn niet meer mogelijk is. Dat zou bovendien haaks staan op de doelstelling van de Wet werk en zekerheid om het ontslagstelsel eenvoudiger, sneller en minder kostbaar te maken.

Het cassatieberoep is gegrond. Verwijzing volgt.

Bron: ECLI:NL:2018:2305