Categorieën
Belastingrecht

Informatiebeschikking na verzwijgen rekening (Belastingrecht)

Buitenlandse rekening? Ik weet van niks! Dat is het standpunt van een belastingplichtige die hardnekkig blijft weigeren om vragen van de inspecteur te beantwoorden. Het gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of daarom terecht een informatiebeschikking is verzonden.

Informatiebeschikking met omkering bewijslast

informatiebeschikking

Iedereen in Nederland moet desgevraagd aan de inspecteur informatie geven die voor de belastingheffing van belang kan zijn. Ondernemers zijn verplicht een goede administratie te voeren. Als u niet aan de wettelijke eisen voldoet dan kan de Belastingdienst u in het uiterste geval een informatiebeschikking toesturen. Het vervelende gevolg is dat daarmee de bewijslast wordt omgekeerd. Als u in bezwaar gaat tegen een aanslag dan bent u degene die moet bewijzen dat de aanslag onterecht door de Belastingdienst is opgelegd. Niet omgekeerd, zoals normaal gesproken het uitgangspunt is. Tegen zo’n beschikking staan de normale rechtsmiddelen van bezwaar en beroep open.

Lees ook de algemene informatie over belastingrecht >>

Overigens wordt de bewijslast niet alleen omgekeerd maar ook verzwaard. In het fiscale recht is het uitgangspunt dat feiten aannemelijk moeten zijn gemaakt. Na de informatiebeschikking moet zijn “gebleken” dat een aanslag onjuist is. Voor een leek is dat misschien een kleine nuance, juridisch gezien is dat een wereld van verschil.

Lees ook: Omkering bewijslast pas na uitnodiging aangifte >>

Geen buitenlandse rekening in aangifte

In deze zaak ging het om een belanghebbende die in haar belastingaangiftes 2011 en 2012 melding had gemaakt van een binnenlands banktegoed. Uit een onderzoek door de FIOD was echter gebleken dat zij in 1994 (!!) ook een rekening in het buitenland had. Die stond niet in de aangifte. De inspecteur stuurde een brief waarin hij vroeg naar die buitenlandse rekening, waarop belanghebbende antwoordde dat zij geen bankrekening in het buitenland had en dus de vragen niet kon beantwoorden. Daarop nam de inspecteur een informatiebeschikking. Het bezwaar daartegen werd afgewezen en ook bij de rechtbank ving belanghebbende bot, waarna de zaak op het bordje van het gerechtshof kwam te liggen.

Het Hof oordeelt dat de inspecteur zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat belanghebbende houder was van een buitenlandse rekening. Haar naam stond op een micro-fiche van de bank, zo was ontdekt in het onderzoek van de FIOD. Belanghebbende ontkent en stelt dat haar naam per vergissing in het systeem van de bank is terecht gekomen, misschien bij het omwisselen van valuta in de jaren negentig. Het Hof acht concludeert echter dat sprake is van een unieke identificatie van belanghebbende en haar echtgenoot als gezamenlijke rekeninghouder.

Rekening uit 1994 nog steeds van belang

De vervolgvraag is, of het feit dat belanghebbende in 1994 een buitenlands saldo had nog steeds relevant is voor de belastingheffing jaren later. Ja, zegt het Hof. Ook voor de heffing in 2011 en 2012 kan het belangrijk zijn wat er met het op 31 januari 1994 aanwezige tegoed is gebeurd. Nu belanghebbende in het geheel geen medewerking heeft verleend en de vragen van de inspecteur niet heeft beantwoord, heeft zij niet voldaan aan de wettelijke verplichting tot het verstrekken van gegevens. De informatiebeschikking is terecht vastgesteld, zo concludeert het gerechtshof. Het hoger beroep is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Meer informatie? Neem contact op met Van Dalen advocatuur.
Stuur een e-mail