Verjaring van belastingschuld

verjaring
De tijd verricht soms wonderen

Verjaring van een belastingschuld, wie droomt er niet van? Soms gebeurt dat inderdaad, zoals blijkt uit een uitspraak van het gerechtshof. Die is nu twee jaar oud, maar blijft interessant.

Verjaring staat los van navordering

Let op: hieronder gaat het over verjaring. Dat heeft niets te maken met de termijn voor navordering. Bij verjaring gaat het om de vraag: wanneer mag de Belastingdienst een schuld niet meer innen? Bij navordering gaat het om de vraag: wanneer mag de Belastingdienst geen aanslag meer opleggen? Lees over dat laatste onderwerp: Navordering en naheffing.

Maak kennis, half uur gratis >>

Inspecteur lichtte ontvanger niet in

Terug naar de uitspraak. De inspecteur had aan een BV in 2000 aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd over de jaren 1997 en 1998. Daartegen maakte de onderneming bezwaar. De ontvanger verleende uitstel van betaling totdat daarover zou zijn beslist. In 2004 tekende de BV een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst. Daarin stond onder andere dat de vennootschap de de bezwaarschriften zou intrekken. Dat is vervolgens gebeurd. Maar de inspecteur lichtte de ontvanger niet in over de intrekking van de bezwaarschriften.

Bel 06-27129900 voor informatie

Verjaring belastingschuld gestuit?

In de loop van 2014 ontdekte de ontvanger dat de BV de bezwaarschriften had ingetrokken. Op 31 mei 2014 deelde hij daarom aan de onderneming mee dat hij had geconstateerd dat de aanslagen niet waren betaald. Ter voorkoming van verjaring verlengde hij de invorderingstermijn tot vijf jaren vanaf de datum van de brief. Op 25 september 2014 trok de fiscus het uitstel van betaling in. Omdat betaling uitbleef, werden twee dwangbevelen uitgevaardigd. In 2015 volgde beslaglegging.

In de onderhavige procedure vordert de vennootschap de dwangbevelen buiten effect te stellen en het beslag op te heffen. Volgens de onderneming is het recht op invordering verjaard.

Lees ook: Uitstel van betaling als u in beroep gaat?

verjaring
De bundel die mr. Van Dalen vaak raadpleegt

Termijn verjaring is vijf jaar

Het Hof oordeelt als volgt. De rechtsvordering tot betaling van rijksbelastingen wordt beheerst door artikelen 4:104 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van artikel 4:104 lid 1 Awb verjaart de rechtsvordering vijf jaren nadat de voorgeschreven betalingstermijn is verstreken. Maar door het vierde lid wordt de verjaringstermijn verlengd. Te weten met de tijd gedurende welke de schuldenaar na de aanvang van die termijn uitstel van betaling heeft.

Wanneer is uitstel van betaling geëindigd?

Tussen partijen staat vast dat aan BV X op grond van de Invorderingswet uitstel van betaling is verleend totdat op de bezwaren zou zijn beslist. Ook staat vast dat de bezwaarschriften zijn ingetrokken voordat daarop is beslist.

Volgens BV X is het uitstel geëindigd op het moment van intrekken, derhalve op 20 september 2006 respectievelijk 7 maart 2007. De ontvanger voert daartegen aan dat het intrekken van de bezwaarschriften niet hetzelfde is als een beslissing op de bezwaren. De ontvanger leidt hieruit af dat het intrekken van de bezwaarschriften niet heeft geleid tot het van vervallen van het uitstel. Dat uitstel heeft volgens de fiscus voortgeduurd totdat het bij beschikking werd ingetrokken op 25 september 2014.

BV X krijgt gelijk

De opvatting van de ontvanger staat naar het oordeel van het hof op gespannen voet met de Invorderingswet 1990 en haar geschiedenis. In de situatie waarin de bezwaarschriften zijn ingetrokken, kan daarop niet meer worden beslist. In elk geval bestaat voldoende grond om de intrekking van de bezwaarschriften gelijk te stellen aan de beslissingen op de bezwaren daartegen, omdat daarna in beide gevallen vast staat tot welke bedragen belasting verschuldigd is.

Daarom is de conclusie dat het verleende uitstel van betaling van rechtswege is vervallen door de intrekking van de bezwaarschriften op 20 september 2006 respectievelijk 7 maart 2007. Dit alles betekent dat het de Ontvanger niet was toegestaan om de dwangbevelen van 23 oktober 2014 uit te vaardigen en om op 14 januari 2015 beslag te leggen. Het gelijk is aan BV X.

Bron: ECLI:NL:GHSHE:2017:5464

Meer informatie? Neem contact op met Van Dalen advocatuur.
Stuur een e-mail