In hoger beroep toch geen ontbinding (Huurrecht)

In hoger beroep kan het oordeel heel anders uitvallen dan in eerste aanleg. Zoals in deze zaak, waarin de huurovereenkomst door de rechter was ontbonden.

Souvenirs in tabakswinkel

Drie vennoten huren sinds 2001 een pand waarin zij een tabakswinkel exploiteren. In de winkel worden ook souvenirs verkocht. Dat is tegen de zin van de verhuurder, die de vennoten vraagt om te stoppen met het verkopen van de souvenirs. De verhuurder, sinds 2014 eigenaar van het pand, zegt het huurcontract op. Uiteindelijk stapt hij naar de rechter, die de verhuurder gelijk geeft en de overeenkomst ontbindt. De winkel moet worden ontruimd. Reden is dat de vennoten het pand niet gebruiken in overeenstemming met de contractuele bestemming.

Lees: Ontbinding huurovereenkomst winkel

Hoger beroep

De huurders gaan in hoger beroep. De ontruiming heeft inmiddels plaats gevonden. Dan maakt het gerechtshof een andere afweging dan de rechtbank.

Vragen? Bel 06-27129900

Verklaring vorige winkelier

De vennoten spreken tegen dat zij zouden zijn tekort geschoten in de nakoming van de verbintenis. In die winkel zijn altijd al souvenirs verkocht. Dat wist de verhuurder ook. Zij brengen een verklaring in van de vorige exploitant van de winkel. Die werkte daar al in 1975 en heeft tot 2000 de boekhouding gedaan. Hij verklaart dat geleidelijk aan het aandeel van souvenirs in de verkoop steeds groter is geworden. De winkel was zelfs op zondag open, toen de algemene zondagsopening nog niet bestond, omdat het een souvenirwinkel was.

Lees ook: De contractuele bestemming

Bewijs: foto uit 1995

Ook een andere medewerker heeft een verklaring op papier gezet. Die is in 1965 in dienst getreden en later bedrijfsleider geworden. Hij schrijft dat hij o.a. molentjes in hout, ansichtkaarten, Hollandse sigaren etc. voor 80% aan buitenlandse toeristen verkocht. Bovendien zit bij zijn verklaring een foto die in de winkel is genomen bij zijn dertigjarig jubileum als werknemer in 1995. Op die foto zijn o.a. sleutelhangers en vlaggetjes te zien met de opschriften Ajax, Holland of Amsterdam. Op een foto van de etalage zijn behalve rookwaren ook Delfts blauwe beeldjes en blikjes frisdrank te zien.

Maar dat is niet alles. Ook de groothandel verklaart in het voordeel van de exploitanten, die tevens oude facturen inbrengen als bewijs.

Bewijs is overtuigend

Het gerechtshof concludeert het volgende. Uit de stukken blijkt dat het assortiment al geruime tijd mede op toeristen was gericht. In ieder geval al voordat de drie vennoten in 2001 de onderneming overnamen met inventaris en voorraad. Dat stuitte niet op bezwaren van de eigenaar van het pand. Vanaf 2010 is het aandeel van de souvenirs groter geworden. Dat was voor de verhuurder echter geen beletsel om de huurovereenkomst na het verlopen van de huurtermijn van tien jaar op 1 oktober 2011 voor onbepaalde tijd te verlengen.

Recht op schadevergoeding

De huurders zijn, anders dan de kantonrechter had geoordeeld, niet tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen. De grieven slagen. Dat geldt ook voor het gebruik van de eerste verdieping als woonruimte, waarover de nieuwe eigenaar van het pand ook had geklaagd. De kantonrechter heeft de huurovereenkomst ten onrechte ontbonden. Ontruiming heeft echter al plaatsgevonden, want het hoger beroep had geen schorsende werking. Dat moet worden teruggedraaid. Als dat niet mogelijk is, hebben de winkeliers recht op een forse schadevergoeding.

Bron: ECLI:NL:GHAMS:2019:1917