Navordering en naheffing

Belastingdienst
De Belastingdienst zal u niet snel vergeten…

Navordering en naheffing van belastingen

Als u de aangifte inkomstenbelasting heeft ingediend en de inspecteur heeft geen opmerkingen, dan krijgt u een zogenaamde primitieve aanslag. Of u betaalt omzetbelasting nadat u aangifte deed. Als later blijkt dat de feiten toch anders liggen, kan de fiscus overgaan tot navordering en naheffing.

Wat is het verschil?

We kennen twee soorten belastingen.

Ten eerste de aanslagbelastingen, bijvoorbeeld de inkomstenbelasting. U doet aangifte en daarna ontvangt u een aanslag die is vastgesteld door de inspecteur. Die aanslag moet u betalen. Als blijkt dat u te weinig heeft aangegeven, kan de fiscus navorderen.

Ten tweede de aangiftebelastingen, bijvoorbeeld de omzetbelasting. Dan voldoet u de belasting zonder dat u een aanslag afwacht. U bent er zelf verantwoordelijk voor dat het juiste bedrag aan belasting wordt geheven. Eventueel kan de inspecteur naheffen, dus niet navorderen, als achteraf blijkt dat u te weinig heeft betaald.

Wat zijn de termijnen?

De bevoegdheid tot navordering vervalt vijf jaar nadat de belastingschuld is ontstaan. Bij inkomstenbelasting bijvoorbeeld is de schuld ontstaan op 31 december van dat jaar. Deze termijn wordt verlengd met het verleende uitstel. Voor buitenlandse bezittingen is de termijn niet vijf maar twaalf jaar. Ook bij aangiftebelastingen vervalt de bevoegdheid (in dat geval tot naheffing) na vijf jaar, maar die termijn wordt weer niet verlengd met het verleende uitstel.

De genoemde termijnen zijn niet van openbare orde. Dat wil zeggen dat de rechter dit niet eigener beweging zal toetsen, u moet zelf een beroep doen op overschrijding als dat aan de orde is.

Wanneer mag het?

Hierbij is er een verschil tussen aanslag- en aangiftebelastingen. Dat is te verklaren doordat bij de laatste de belastingplichtige zijn eigen belasting berekent. Dat leidt tot meer risico voor de overheid.

Bij aanslagbelastingen is navordering slechts mogelijk als er een zogenaamd ‘nieuw feit’ is. Dat wil zeggen: een feit dat de inspecteur niet bekend was op het moment dat hij de aanslag oplegde. Die eis bestaat niet als de belastingplichtige te kwader trouw was. Ook mag de belastingdienst niet navorderen om een ambtelijk verzuim te herstellen. Een vergissing van de inspecteur kan hij dus niet op die wijze repareren.

Bij naheffing bestaat de eis van een nieuw feit niet. Dit betekent niet dat de inspecteur zijn gang mag gaan. De bevoegdheid tot naheffing wordt, net overigens als de bevoegdheid tot navordering, beperkt door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Als de fiscus bijvoorbeeld een toezegging heeft gedaan, kan daarop niet worden teruggekomen door middel van naheffing.